Category Archives: Artikel

Interessant artikel Meningokokken ACWY

MEN ACWY – WAAR ZIJN DE CIJFERS DIE RECHTVAARDIGEN DAT ER GEVACCINEERD MOET WORDEN?

Hoeveel baby’s, tieners en jongvolwassenen krijgen jaarlijks Meningokokkenziekte A,C,W of Y? Hoeveel daarvan sterven eraan? De kranten schreeuwen moord en brand, maar de Nederlandse cijfers – uitgesplitst per leeftijdsgroep – ontbreken in de media. Het ACWY-vaccin is een reizigersvaccin dat tot op heden werd gebruikt voor bedevaartgangers naar Mekka; de hoofdstad van een land waar in tegenstelling tot Nederland Men A en Men W wel in grote getale voor kunnen komen. En omdat het vaccin recentelijk is goedgekeurd voor kinderen in Europa, is het nodig voor kinderen in Europa? Wij denken van niet. Noch voor baby’s noch voor tieners. En de cijfers in dit artikel (klik de link aan om naar het artikel te gaan) zullen u duidelijk maken waarom.

Artikel Vaccin-vrij Meningokokken ACWY

met dank aan Door Frankema, Vaccin-vrij

Interessant artikel: ‘Deze dokter adviseert: slik minder pillen’

Deze dokter adviseert: slik minder pillen

Als hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin nam Dick Bijl 25 duizend onderzoeken naar medicijnen onder de loep en hij schrok van wat hij las. Zo veel slordig onderzoek, gebrekkige statistiek, vertekende uitkomsten. Bijl schreef zijn bevindingen op in ‘Het pillenprobleem’.

De griepprik: nooit aangetoond dat daar ernstig zieken en doden mee worden voorkomen. Innovatieve pijnstillers: zware bijwerkingen, niet beter dan een paracetamolletje. Beloftevolle kankermedicijnen: patiënten leven er vaak niet langer door. Nieuwe diabetesmiddelen: nog onbekend of die op termijn veilig zijn.

Nieuw en duur, dan zal het wel beter zijn: het is een hardnekkig misverstand dat artsen en patiënten steeds weer naar het medicijnkastje doet reiken. Maar oud-huisarts en epidemioloog Dick Bijl weet beter: in de ruim 22 jaar dat hij redacteur en later hoofdredacteur was van het Geneesmiddelenbulletin nam hij 25 duizend wetenschappelijke studies door en wat hij las, stemt hem niet mild. Zo veel slordig onderzoek, gebrekkige statistiek, vertekende uitkomsten en weggemoffelde bijwerkingen dat hij het bestaansrecht van veel medicijnen sterk in twijfel is gaan trekken.

Het Geneesmiddelenbulletin werd 51 jaar geleden opgericht door de overheid die vond dat artsen meer onafhankelijke informatie moesten krijgen over medicijnen. Bijl was huisarts toen hij er, na een extra opleiding tot epidemioloog, aan de slag ging. Aanvankelijk dacht hij dat alles wat hij las ook klopte, vertelt hij lachend, maar geleidelijk aan vielen hem steeds meer merkwaardige zaken op. Volgende week verschijnt zijn boek over ‘het pillenprobleem’ waarin hij zijn ervaringen heeft samengebald. ‘Ik begrijp niet waarom er nooit iets is veranderd’, zegt hij, ‘daarom heb ik alles maar eens opgeschreven.’

Twee decennia lang fietste hij tegen de wind in, waarbij de kritiek hem soms bijna van de weg afblies. Hij was te negatief, hoorde hij vaak; psychiaters besloten het jubileumcongres van zijn blad te mijden omdat ze hem beschouwen als een notoire tegenstander; wetenschappers en overheid vielen over hem heen toen hij het nut van de griepprik in twijfel durfde te trekken. Onlangs is hij gestopt bij het Geneesmiddelenbulletin. Hij was het continue gedoe rond de afkalvende subsidie, en de aanvallen op zijn onafhankelijkheid en integriteit zat, vertelt hij thuis in Utrecht. Het blad bestaat nu alleen nog online.
Zusterbladen

Het Geneesmiddelenbulletin is aangesloten bij de International Society of Drug Bulletins. Buitenlandse zusterbladen, zoals het Franse La revue Prescrire, het Duitse Arznei-Telegramm en het Amerikaanse Worst Pills, Bad Pills hebben veel abonnees, drukbezochte websites en publiceren nieuwsbrieven en boeken.

In het Europees Parlement, waar hij een voordracht mocht houden, verkondigde hij dat slechts 5 procent van alle medicijnen die in de eerste vijftien jaar van deze eeuw op de markt kwamen nuttig zijn. De rest is van twijfelachtig nut of voegt niets toe. Het gaat niet om antibiotica, of om middelen die worden gebruikt op de intensive care, benadrukt hij, maar om medicijnen die velen van ons thuis in de kast hebben staan. In zijn boek bespreekt hij vijftien typen medicatie die bij elkaar door zes miljoen Nederlanders worden gebruikt terwijl hun toelating op de markt vrijwel steeds is gebaseerd op in zijn ogen ‘waardeloos’ onderzoek: de nieuwe trombosemiddelen bijvoorbeeld, maar ook slaappillen, antidepressiva, hoestmiddelen. Het beste advies dat hij kan geven, schrijft hij in zijn boek, is dit: slik eens wat minder pillen.
Wat voor merkwaardige zaken zijn u de afgelopen decennia opgevallen?

‘Chronische aandoeningen die worden onderzocht in een studie van acht weken. Medicijnen die niet met de bestaande behandeling worden vergeleken, zodat je niet weet of ze iets toevoegen. Bijwerkingen die worden verdoezeld. Zo werden de jongeren die suïcidaal raakten van antidepressiva in onderzoeken weggeschreven als emotioneel. Een nieuw medicijn dat wordt vergeleken met een oud, bestaand middel in een veel te hoge dosering waardoor het oude middel meer bijwerkingen geeft en het nieuwe middel er gunstig uitspringt. Zal ik nog even doorgaan? Het is een waslijst aan zaken.’
Maar bij het Europese geneesmiddelenbureau, dat nieuwe middelen moet goedkeuren, zitten toch deskundigen?

‘Fabrikanten die een medicijn willen laten registreren, leveren de gegevens niet aan in kant-en-klare studies, met mooie overzichten, zoals wij die kennen uit de vakbladen. De clinical study reports bestaan uit duizenden tot tienduizenden pagina’s. Natuurlijk, je verwacht dat de ambtenaren van dat bureau controleren of alles klopt, maar dat gebeurt niet. En de industrie verzint trucs, die ze niet altijd door hebben. Ik heb wat van die rapporten doorgenomen en bijvoorbeeld gezien dat de bijwerkingen in verschillende hoofdstukken niet in aantal overeenkwamen. Maar er zijn ook blunders gemaakt bij de toelating van medicijnen. De griepremmer Tamiflu bijvoorbeeld had in Europa nooit op de markt mogen komen. Het effect ervan blijkt minimaal. In de Verenigde Staten werd het geweigerd.’
Artsen zullen zeggen: als een medicijn is toegelaten, kan ik het voorschrijven, toch?

‘Ik ben zelf jarenlang huisarts geweest en ik heb ook van alles voorgeschreven omdat het zo in een richtlijn stond. Door mijn opleiding epidemiologie en door mijn werk bij het Geneesmiddelenbulletin kwam ik erachter dat artsen helemaal niet in staat zijn om de valkuilen in medicijnonderzoek op te sporen. Samen met een statisticus wil ik een cursus gaan geven aan artsen en apothekers en misschien ook aan journalisten. Eind volgende maand gaan we oefenen met een groep huisartsen.’
En wat moet de patiënt? Als de dokter het al niet weet.

‘Patiënten verlaten zich te veel op de dokter, ze moeten zelf veel kritischer worden. Er zijn genoeg plekken waar ze begrijpelijke informatie kunnen vinden. Bij de Cochrane Collaboration bijvoorbeeld, een groep onafhankelijke wetenschappers die de bewijskracht van medicatie tegen het licht houdt. Of op de website van de Britse hoogleraar psychiatrie David Healy, die van geneesmiddelen bijhoudt welke bijwerkingen zijn gemeld.

‘Ik ben een paar jaar in Bilthoven huisarts geweest en ik had kritische patiënten. Dat beviel me uitstekend. Ik herinner me een patiënt met een hoge bloeddruk die mij vroeg waarom hij daar pillen tegen moest slikken. Als ik ze niet slik, zei hij, voel ik me ook geen patiënt. Recepten uitschrijven is inherent geworden aan de geneeskunde, dat moet veranderen.’
Maar als je een hoge bloeddruk hebt en je slikt een pil dan gaat je bloeddruk toch omlaag? En dat is toch beter voor je gezondheid?

‘Ja, die pil werkt meestal wel, maar helpt die ook? Krijgt een patiënt door het slikken van de pil minder snel een hartaanval, gaat hij minder snel dood? Dat is maar zeer de vraag. Het number needed to treat, het aantal patiënten dat een middel moet gebruiken om bij een van hen effect te hebben, is nooit 1.

‘Als 20 mensen een paracetamol slikken tegen hoofdpijn door spierspanning, dan werkt die pil maar bij een van hen. En dat is nog best een goede score, want uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het aantal patiënten dat een medicijn moet gebruiken om één incident te voorkomen doorgaans heel hoog is. Fabrikanten mogen hun middelen in de handel brengen als ze in onderzoek een statistisch significant effect bewerkstelligen, maar dat betekent nog niet dat al hun patiënten er beter van worden.’
‘Terug naar af met de regels’

Het medicijn Softenon was lang geleden de aanleiding om het toezicht op de toelating van nieuwe medicijnen te verscherpen. Het middel tegen zwangerschapsmisselijkheid bleek bij ongeboren kinderen ernstige afwijkingen te veroorzaken en werd van de markt gehaald. Bijl is verbijsterd dat zestig jaar na het Softenon-drama nieuwe, soepelere regels zijn ingevoerd. Adaptive licensing heet het nieuwe systeem en het komt erop neer dat fabrikanten minder onderzoeksgegevens hoeven aan te leveren en een deel van de gegevens in de praktijk wordt verzameld. Die nieuwe regels gelden nu nog vooral voor medicijnen tegen ernstige, dodelijke ziekten, maar Bijl verwacht dat het systeem geruisloos zal worden uitgebreid. ‘Hiermee gaan we terug naar af. En politici in Nederland en in Europa laten het gewoon gebeuren. Geneesmiddelen moeten niet korter maar langer worden getest voordat ze op mensen worden losgelaten. Hebben we nou niets geleerd?’
U gaat uit van gemiddelden. Ik ken iemand met een familiair hoog cholesterol die zeer gebaat is bij de nieuwe medicatie waarover u zo kritisch bent.

‘Ons hele toelatingssysteem voor medicijnen is gebaseerd op gemiddelden, op verschillen op groepsniveau. Dat hebben we afgesproken en zo doet de fabrikant onderzoek. Natuurlijk kunnen medicijnen bij sommige patiënten uitstekend helpen, maar dan rust bij de fabrikant de verplichting om aannemelijk te maken welke patiënten dat zijn. Maar de fabrikant zal dat niet uit zichzelf doen, die is erbij gebaat dat zijn medicijnen door een zo groot mogelijke groep worden gebruikt.’
Steeds meer ouders weigeren om hun kinderen te laten vaccineren omdat ze de farmaceutische industrie wantrouwen. Uw kritiek geeft die groep wel de wind in de zeilen.

‘Ik ben helemaal niet tegen vaccinaties, maar ik zie wel dat de overheid onvoldoende in staat is om een adequaat wetenschappelijk antwoord te geven in dit soort brandende kwesties. Ja, dan gaan mensen zelf op zoek naar informatie. Een paar jaar geleden heb ik verkondigd dat de jaarlijkse griepprik niet effectief was, op basis van het beste wetenschappelijke bewijs dat er lag. De overheid had ons in die boodschap moeten steunen, maar in plaats daarvan werd ik aangevallen. Als de overheid zo onzorgvuldig met wetenschappelijk bewijs omgaat, dan roep je reacties over jezelf af. Wij analyseren de wetenschappelijke gegevens en stuiten op dubieuze zaken. Dan kun je ons niet verwijten dat wij problemen veroorzaken, dat is de omgekeerde wereld.’
Ziet u zaken veranderen?

‘De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat fabrikanten ongunstige resultaten over hun medicijnen niet altijd publiceerden, waardoor een vertekend beeld ontstond. De Europese ombudsman heeft nu het Europese geneesmiddelenbureau EMA verplicht om alle onderzoeksgegevens die een fabrikant moet aanleveren om een nieuw medicijn goedgekeurd te krijgen op de site te plaatsen. Dat is natuurlijk geweldig, nu kunnen onafhankelijke onderzoekers zelf conclusies trekken. Maar de eerste fabrikant heeft al een rechtszaak aangespannen tegen de EMA, het zou gaan om bedrijfsgevoelige informatie die de privacy van patiënten zou aantasten. Het is de klassieke claim, die volkomen irrelevant is. Je kunt gevoelige informatie over patiënten toch weglakken. Ik vind dat de politiek veel actiever moet zijn en andere regels moet afdwingen.’
Waarover dan?

‘Nieuwe middelen zouden altijd moeten worden vergeleken met bestaande medicijnen om de meerwaarde ervan aan te tonen. Maar de vicevoorzitter van de EMA vertelde me dat hij dat niet kan eisen, omdat de afspraken nu eenmaal niet zo zijn. Je zou willen dat de politiek eindelijk ingrijpt en dat afdwingt. In de ambtelijke top van het ministerie moet een kritische arts zitten of een apotheker of op zijn minst een bètawetenschapper die door de fabeltjes van de industrie heenprikt.’

Het pillenprobleem in vijf onderdelen

1.Nieuwe medicijnen worden onderzocht bij een kleine, homogene groep patiënten, zodat het makkelijker is om conclusies te trekken, maar die groep is niet representatief voor alle patiënten die het middel daarna gaan gebruiken. Pas dan wordt duidelijk hoe effectief en veilig medicijnen echt zijn.

2.Fabrikanten moeten na toelating van hun medicijn onderzoek doen dat inzicht geeft in de langetermijneffecten, maar dat onderzoek wordt vaak niet uitgevoerd of afgerond.

3.Er zijn 25 antidepressiva, 34 anticonceptiepillen, 19 middelen tegen diabetes en 23 antipsychotica op de markt. Dat is symbolisch: er komen veel te veel zogeheten me-toomiddelen op de markt, medicijnen die meer van hetzelfde zijn.

4.Nieuwe medicijnen worden soms op de markt toegelaten als ze niet slechter zijn dan bestaande middelen, maar patiënten zitten niet te wachten op middelen die niet slechter zijn, ze willen medicijnen die beter zijn.

5.Medicijnen komen op de markt op basis van zachte uitkomstmaten: bij een bloeddrukverlager is dat een lagere bloeddruk, bij een kankermedicijn een (tijdelijke) groeistop van de tumor. Te weinig wordt uitgezocht of een medicijn op harde uitkomstmaten effect heeft, op ziekte en overlijden.

Artikel uit de Volkskrant – door Ellen de Visser – 31 augustus 2018

Yvonne van Stigt over vaccinaties

Het kan je de afgelopen weken niet ontgaan zijn, de strijd om de vaccinatieverplichting is weer losgebarsten. Je kunt geen krant openslaan, Facebook openen of je wordt werkelijk overspoeld met pro- of antivaccinatie artikelen. Want ik hoor eigenlijk maar twee geluiden; je bent voor of tegen vaccinaties. Iets genuanceerds heb ik maar weinig gezien.

Je wordt al snel als antivaxxer bestempeld op het moment dat je het aandurft om kritische vragen te stellen. De sfeer wordt op allerlei fora al snel heel grimmig.

Jammer.

Wat is er mis met het stellen van kritische vragen?

Ik denk dat wanneer mensen boos worden als je kritische vragen stelt, zij naar alle waarschijnlijkheid geen goed antwoord kunnen geven. Boos worden is onmacht.

Hoe komt dat nu dat hoogopgeleide mensen hun kinderen niet meer klakkeloos laten inenten? Zijn deze mensen zo dom als overal gesuggereerd wordt? Of zijn zij zelf wetenschappelijk opgeleid en zien zij dat er ook nadelen kunnen kleven aan vaccinaties?

Hoe harder de politiek en overheidsinstanties gaan roepen dat er een vaccinatieplicht moet komen, hoe meer weerstand er ontstaat. Logisch toch?

Wanneer je als ouder van een kind met vaccinatieschade niet serieus genomen wordt, niet gehoord wordt, de vaccinatieschade afgedaan wordt als anekdotisch bewijs en daarom niet geregistreerd wordt en je zelf op zoek moet gaan naar oplossingen die uiteindelijk een vermogen kosten, wil je anderen daarvan op de hoogte stellen. En dat is precies wat er gebeurt op internet.

Het zijn juist deze mensen die dingen uitpluizen, onderzoeken en delen met anderen. Zij zijn het vertrouwen kwijt in de overheid en sjoemelende wetenschappers (weet je nog, het Mexicaanse griepdebacle?).

Dat vertrouwen krijg je niet terug door te dreigen met dwangmaatregelen.

Dat vertrouwen komt misschien weer terug met transparantie, met het financieren van onderzoeken die aantonen wanneer een kind beter wel of niet gevaccineerd kan worden. Je kweekt vertrouwen door te onderzoeken wat de risicofactoren zijn en hoe je deze zou kunnen verminderen, door onderzoeken naar de gevolgen van wel of niet vaccineren op het ontstaan van andere aandoeningen. En je kweekt vertrouwen door naar mensen te luisteren.

Zou het niet eens tijd worden dat ouders van kinderen met vaccinatieschade serieus genomen worden? Dat zij niet hoeven strijden voor erkenning, dat zij niet meer hoeven aan te horen dat het allemaal anekdotisch is, of dat hun kindje vast al met neurologische schade geboren is?

Zolang er nog een heleboel vragen onbeantwoord zijn en we gewoon nog heel veel niet weten, denk ik dat ouders het recht hebben om vooraf vragen te stellen, bijsluiters te lezen, onderzoeken uit te pluizen en dan zelf te beslissen of ze hun kindje willen laten vaccineren.

Vragen stellen en kritisch zijn maakt je nog geen anti-vaxxer. Stel je vragen!• Hoe groot is het risico dat mijn kindje overlijdt door de mazelen? Zijn daar cijfers van?
• Hoe weet ik of mijn kindje risico loopt op vaccinatieschade?
• Waar vind ik de bijsluiter van een vaccinatie? Welke bijwerkingen staan daarop vermeld?
• Moeten al die vaccinaties wel tegelijk gegeven worden, of kan dat ook in een ander tempo?
• Zijn er studies die aantonen dat vaccinaties veilig zijn?
• Zijn er studies gedaan naar de veiligheid van vaccinatiecocktails?
• Wat gebeurt er op de lange termijn met het immuunsysteem van mensen als je geen kinderziektes doormaakt, maar door vaccinaties daar tijdelijk tegen beschermd bent?
• Zou er een relatie kunnen bestaan tussen vaccineren en het ontstaan van andere aandoeningen zoals bijvoorbeeld allergieën?
• Baby’s worden pas ingeënt tegen mazelen op een leeftijd van ongeveer 14 maanden. Is mijn kindje tot die tijd beschermd door de antistoffen van de moeder? Maar wat nu als de moeder die antistoffen niet heeft? Of als zij geen moedermelk geeft waardoor de baby immunologisch minder beschermd is? Kan het kindje geweigerd worden op het kinderdagverblijf?
• Kunnen net gevaccineerde kinderen andere kinderen besmetten met de virussen?
• Zijn ongevaccineerde ouderen voor mijn kindje een bedreiging?
• Als ik besluit mijn kindje voor sommige virussen niet te laten inenten, is het dan een gevaar voor andere kinderen?
• Kan een kinderdagverblijf of school mij verplichten om mijn kind te vaccineren?

Voor de goede orde, ik spreek mij niet uit tegen vaccinaties, ik denk persoonlijk wel dat er nog teveel onduidelijk is over de eventuele gevolgen van het huidige vaccinatiebeleid op de lange termijn om nu drastische maatregelen te nemen.

Yvonne van Stigt, master in de klinische Psycho Neuro Immunologie

Nieuwsbericht: Wordt het HPV-vaccin verplicht in Frankrijk?

Franse parlementsleden hebben eind juni een wetsvoorstel ingediend waarin ze pleiten voor het toevoegen van het HPV-vaccin aan het schema van de reeds 11 VERPLICHTE vaccins. Er wordt o.a. gesteld dat in landen waar al flink gevaccineerd is, het aantal gevallen van baarmoederhalskanker drastisch is teruggelopen. En ze baseren zich op zeven studies die allemaal uitwijzen dat de veiligheid van het vaccin gegarandeerd is: “d’extrêmement sûre.”

http://www2.assemblee-nationale.fr/documents/notice/15/propositions/pion1118/(index)/propositions-loi

Nieuwsbericht: Weer krijgen zorgaanbieders meer sponsorgeld betaald door farmaceuten

De farmaceutische industrie heeft vorig jaar opnieuw meer sponsorgeld betaald aan zorgaanbieders. Artsen, zorginstellingen en patiëntenverenigingen ontvingen 59,1 miljoen euro, 6 procent meer dan het jaar ervoor. Fabrikanten van medische hulpmiddelen betaalden nog eens 12,4 miljoen euro. Dat blijkt uit cijfers van het Transparantieregister Zorg die dinsdag zijn gepubliceerd.

Het totale sponsorbedrag van de medische industrie komt daarmee op 71,5 miljoen euro, een stijging van 26 procent vergeleken met het jaar ervoor. Die toename is voor een groot deel een registratie-effect: het register vermeldt voor het eerst ook de financiële banden met alle fabrikanten van hulpmiddelen, zoals pacemakers en prothesen. Van de 71,5 miljoen euro ging 85 procent naar zorginstellingen. Het geld was vooral bestemd voor projecten en bijeenkomsten.

Het aantal artsen dat vergoedingen ontving van de industrie steeg licht: 3.871 zorgverleners kregen betaald, ruim tweehonderd meer dan het jaar ervoor. Het gaat bijna uitsluitend om specialisten. Zij ontvingen bij elkaar 8,7 miljoen euro, ruim drie ton meer dan een jaar eerder. Het betrof vooral honoraria voor het geven van presentaties of deelname aan een adviesraad en vergoedingen voor onder meer reis- en inschrijfkosten voor congressen.

Die stijging komt op het conto van de fabrikanten van hulpmiddelen; de laatste tijd is een aantal farmaceutische bedrijven juist gestopt met het betalen van artsen voor spreekbeurten en congresbezoek, uit vrees de schijn tegen te krijgen. Maar volgens de Stichting Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) zijn patiënten erbij gebaat dat artsen, ziekenhuizen en bedrijven samenwerken, om kennis uit te wisselen over nieuwe medische hulpmiddelen en innovatieve producten te ontwikkelen.

Vergoedingen voor het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek zijn niet opgenomen in het register. Europese regels verplichten bedrijven wel om de uitgaven aan onderzoek per land vast te leggen. Frederik Schutte, secretaris van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en verantwoordelijk voor het register, zette al die bedragen op een rij en komt, voor 35 bedrijven, op een bedrag van meer dan 100 miljoen euro.

‘Ik zou het veel zuiverder vinden als artsen, zorginstellingen en patiëntenorganisaties geen financiële banden hebben met de industrie’, reageert PvdA-Kamerlid Liliane Ploumen. ‘De farma-industrie is zo groot, die houdt de andere partijen in zijn macht. Maar de ene partij kan niet altijd zonder de ander en met een reden. De industrie biedt geld voor onderzoek, voor steun aan patiëntenorganisaties.’

Het transparantieregister werd zes jaar geleden opgezet om betalingen van de industrie openbaar te maken. Het idee is dat die transparantie mogelijke beïnvloeding tegengaat: van alle artsen is immers na te gaan hoeveel geld zij ontvangen. De registratie van die betalingen is echter niet wettelijk verplicht en daardoor is onduidelijk of het overzicht compleet is. Ploumen heeft daarom een motie in voorbereiding om een wettelijke verplichting af te dwingen. ‘We weten nu niet wat er niet in staat. Er zijn sluiproutes mogelijk. De farmaceutische industrie werkt internationaal, dus veel betalingen zullen uit het buitenland komen. Pas als we een volledig overzicht hebben, kunnen we daar conclusies aan verbinden en ons afvragen wat die financiële banden te betekenen hebben.’

In België is zo’n wettelijke verplichting onlangs ingevoerd. Het Belgische jaaroverzicht, dat vorige maand is gepubliceerd, komt uit op een bedrag van 203 miljoen euro, inclusief uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek, flink meer dan in Nederland. Volgens Schutte van de CGR geven ook hier steeds meer buitenlandse farmaceutische bedrijven hun betalingen aan artsen en ziekenhuizen door. ‘Maar ik kan inderdaad niet garanderen dat ons overzicht compleet is.’ Uit een vergelijkend onderzoek tussen registers in verschillende Europese landen, onlangs gepubliceerd in het International Journal of Health Policy and Management, blijkt dat Nederland het niet slecht doet.

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/weer-krijgen-zorgaanbieders-meer-sponsorgeld-betaald-door-farmaceuten~ba8c95cd/

Nieuwsbericht: Blokhuis kondigt grootschalige extra vaccinatie aan: Ruim half miljoen kinderen krijgen oproep

Volgend jaar worden zo’n 650.000 kinderen extra opgeroepen om zich te laten inenten tegen de zeer ernstige infectieziekte meningokokken. Het gaat om kinderen die zijn geboren na 1 januari 2001 en voor mei 2004. Dat laat staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) weten in een brief aan de Tweede Kamer. Reden voor deze maatregel is dat in de afgelopen jaren een stijging te zien is van het aantal mensen dat de infectie meningokokken type W oploopt. Met deze extra vaccinatieronde moet die groei worden ingedamd. Het extra programma komt naast de al geplande meningokokkenvaccinatie van kinderen die geboren zijn na 30 april 2004. Vanaf oktober 2018 krijgen namelijk alle jongeren die 14 jaar worden de vaccinatie aangeboden.

Ernst van de ziekte
De ziekte wordt veroorzaakt door de meningokokbacterie die van mens op mens overdraagbaar is. Een besmetting kan leiden tot hersenvliesontsteking of bloedvergiftiging, waardoor de geïnfecteerde persoon in shock kan raken met de dood tot gevolg. Sinds 2002 worden kinderen van 14 maanden oud tegen type C van de ziekte ingeënt. Vanaf mei dit jaar zijn type A,W en Y daaraan toegevoegd.

Stijging van infecties stoppen
In de afgelopen jaren is een stijging te zien in het aantal infecties met type W. In 2017 werd dit type van de ziekte nog gemiddeld zes keer per maand geconstateerd, dat is in 2018 gestegen naar gemiddeld tien keer per maand. Het RIVM verwacht dat als er niets extra’s aan wordt gedaan, de stijging doorzet.

‘Zoveel mogelijk bescherming bieden’

“De kans om geïnfecteerd te raken met meningokokken type W is ondanks de groei heel erg klein, maar om erger te voorkomen moeten we ingrijpen”, zegt staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS. “Het is een vreselijke en destructieve ziekte. Daarom moeten we er alles aan doen om mensen zoveel mogelijk bescherming te bieden.”

Het streven is om de vaccinatie eind 2019 aan alle dan 14- tot en met 18-jarigen aangeboden te hebben.

Rotavirusvaccinatie
Daarnaast wordt een vaccinatie tegen het rotavirus toegevoegd aan het Rijksvaccinatieprogramma. Alleen jonge kinderen die lichamelijk extra kwetsbaar zijn krijgen deze vaccinatie via druppels in de mond aangeboden zodra ze zes weken oud zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen die te vroeg zijn geboren, een laag gewicht hebben bij geboorte of een aangeboren afwijking hebben. Zij hebben het meeste belang bij een vaccinatie tegen het virus dat een ontsteking aan maag of darmen kan veroorzaken, wat bij hen tot ingrijpende gezondheidsproblemen kan leiden.

Het is de bedoeling dat de eerste kinderen komend jaar worden ingeënt. Staatssecretaris Blokhuis zal na twee jaar kijken of het zinvol is om de vaccinatie aan alle kinderen aan te bieden.

Maternale kinkhoestvaccinatie
Staatssecretaris Blokhuis heeft ook de knoop doorgehakt over de uitvoering van de vaccinatie bij zwangeren tegen kinkhoest. Hij heeft besloten dat de jeugdgezondheidszorg deze taak het beste kan uitvoeren.

“De professionals bij de jeugdgezondheidszorg hebben de kennis over het Rijksvaccinatieprogramma al in huis en zijn gewend aan het geven van informatie over vaccinaties en het beantwoorden van vragen over dit onderwerp. Voor zwangere vrouwen die een eerste kindje verwachten is de jeugdgezondheidszorg over het algemeen nieuw, maar voor zwangeren die een volgend kindje verwachten is de jeugdgezondheidszorg bekend, juist ook als locatie voor vaccinaties”, zegt Blokhuis.

De jeugdgezondheidszorg zal de vaccinatie toedienen aan de zwangere vrouw, zodat de zuigeling vanaf geboorte beschermd is tegen kinkhoest. De betrokken partijen streven ernaar om komend jaar te beginnen met het aanbieden van deze vaccinatie aan alle zwangere vrouwen.

Volkskrant | 17-07-2018 | 07:00

Nieuw Meningokokken ACWY dossier op website

Met ingang van 1 mei 2018 is een meningokokken ACWY-vaccinatie ingevoerd. Als eerste wordt de meningokokken C-vaccinatie voor kinderen van 14 maanden, vervangen door een Men ACWY-vaccinatie. Aanleiding voor deze vaccinwissel is het toegenomen aantal ziektegevallen door een besmetting met meningokokken W met in 2018 drie leeftijdspieken: onder hele jonge kinderen, onder adolescenten en onder ouderen. In 2018 werden er tot en met mei 59 patiënten gemeld. Het betreft dus relatief geringe aantallen.

In het najaar van 2018 worden ook 14-jarigen opgeroepen om dit nieuwe combinatievaccin te halen. In 2018 betreft dat kinderen geboren tussen 01-05-2004 en 31-12-2004, in 2019 volgen de kinderen geboren in 2005. Voor de meeste van deze kinderen is deze Men ACWY-vaccinatie een booster wat betreft de meningokokken C-component waar ze als baby van ongeveer 14 maanden een vaccin voor hebben gehad.
Er is aangekondigd dat de Jeugd Gezondheidszorg herinneringsbrieven zal gaan sturen aan de kinderen die de vaccinatie niet zijn komen halen.

Hoewel meningokokkenziekte zeer ernstig kan zijn kan de vaccinatie tegen de meningokok A, C, W en Y ook behoorlijke bijwerkingen geven met verschijnselen van oplopende ernst. Elke vaccinatie, ook de Meningokokken ACWY vaccinatie kan een verschuiving naar andere ziekteverwekkers geven en/of stijging van een ander type meningitis in de hand werken.
Het uitgangspunt van de beschermingsduur van het meningokokken ACWY-vaccin is 5 jaar.

Lees meer in het nieuwe meningokokken ACWY dossier op de website: https://www.nvkp.nl/ziekten-en-vaccins/overzicht/meningokokken-acwy/

Miljoenen Nederlanders krijgen in het najaar een griepprik – artikel

© ANP XTRAOPINIE

Van de griepprik is niet bewezen wat het effect ervan is. Reden genoeg om ermee te stoppen, stelt huisarts Hans van der Linde.
Miljoenen Nederlanders krijgen dit najaar weer de griepprik. Het nut van deze vaccinatie wordt echter toenemend in twijfel getrokken. Het Ministerie van Financiën plaatste afschaffing van de griepprik recent op de ‘ombuigingslijst 2017’ van mogelijke besparingen. Zinvolle vaccinaties komen natuurlijk niet terecht op die lijst. Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde sprak zich onlangs in een hoofdredactioneel commentaar afwijzend uit over griepvaccinaties. Royale beloning van huisartsen draagt volgens dat commentaar bij aan instandhouding van griepinentingen. Men verzekerde zich daarmee van medewerking van belangen beslissen mee over griepvaccinatie in de Gezondheidsraad.

Vaccinproducenten zullen financieel voordeel hebben bij onderzoek dat aantoont dat griepvaccinatie nuttig is.

Mensen vragen zich af waarop de controverse over griepvaccinatie onder medici berust. Het antwoord luidt: op conflicterende belangen. Wetenschappelijke bronnen die onafhankelijk zijn, zoals het Tijdschrift voor Geneeskunde en het gezaghebbende Geneesmiddelenbulletin, wijzen griepvaccinatie af. Artsen en wetenschappers met bindingen met vaccinproducenten bepleiten vaccinatie. Ook monomanie speelt een rol. Laat specialisten nooit beslissen over volksgezondheidszorg. Met name niet door virologen die infectieproblematiek uitsluitend benaderen vanuit de optiek van vaccineren.

Ondersterfte

Vaccinatievoorstanders beweren dat er jaarlijks 2000 griepdoden zijn. Ze baseren dat louter op landelijke oversterfte als er influenza heerst. Maar er zijn ook jaren met ondersterfte. Die jaren worden genegeerd en de oversterfte wordt zonder begin van bewijs toegeschreven aan griep. In werkelijkheid weten we niet bij benadering hoeveel mensen aan griep overlijden. Die bewering van mij bracht NRC.Next ertoe om een factcheck te doen. Resultaat: grotendeels waar. Slechts een fractie van 2000 mensen overlijdt aan influenza, maar we hebben geen idee hoeveel. Laat staan dat we weten of er ook overleden mensen gered zouden zijn door vaccinatie. En dat is waar het om gaat.

Ruim veertig jaar lang vindt griepvaccinatie nu plaats zonder proefondervindelijk bewijs. Influenzavaccinatie is een vorm van primaire preventie, oftewel medische behandeling, louter uit voorzorg. Bewezen effectiviteit is daarbij een onverbiddelijke eis. Vaccinatie zonder bewezen nut voldoet niet aan basale voorwaarden van primaire preventie en vormt een risico voor de volksgezondheid.

Het vereiste onderzoek naar het nut van griepvaccinatie is eenvoudig uitvoerbaar, duurt slechts negen maanden en kost maar een fractie van het bedrag dat we jaarlijks aan griepvaccinaties uitgeven.
Waarom is dat onderzoek nog nooit gedaan? Vaccinproducenten zullen financieel voordeel hebben bij onderzoek dat aantoont dat griepvaccinatie nuttig is. Een miljardenvoordeel, want overheden zullen veel meer mensen laten inenten. Toch hebben vaccinproducenten dat onderzoek nooit gedaan. Die constatering spreekt boekdelen. Producenten weten dat ze met onderzoek hun huidige miljardenomzet in de waagschaal stellen.

Concluderend moeten we griepvaccinaties afschaffen. Dat mede op grond van een rapport van de Gezondheidsraad uit 2013 dat glasheldere criteria geeft voor opname van vaccinaties in een publiek programma. De griepinentingen voldoen daar van geen kant aan. Met name niet aan de vereiste effectiviteit en doelmatigheid van vaccinaties. Op grond van dat rapport kan de griepprik afgeschaft worden.